dinsdag, november 29, 2011

The Artist (2011, Fr, Michel Hazanavicius)

Tussen al het 3D-geweld, motion capture-technieken en andere verbluffende special effects van de (meeste) huidige films, doet Michel Hazanavicius iets heel gewaagds; hij maakte een stomme film. Een stomme film over de hoogtijdagen en snelle teloorgang van de stomme film eind jaren 20, begin jaren 30 nog wel. Maar bovenal is het een film over de ondergang van een grote ster van de stomme film, George Valentin (Jean Dujardin), de tegelijktijdige opkomst van een nieuwe ster van de geluidsfilm, Peppy Miller (Bérénice Bejo) en de liefde die tussen de twee ontstaat.

De film begint met een vertoning van de nieuwste film met George Valentin onder begeleiding van een live orkest, zoals dat toentertijd ging, voor een bomvolle zaal. Na afloop krijgt George Valentin een groots applaus. Buiten wachten alle fotografen George op voor een foto en hij poseert er vrolijk op los. We hebben dus duidelijk te maken met een grote ster. Als door toeval een meisje, dat we later leren kennen als Peppy Miller, door de menigte heen naast George belandt, gaat hij samen met haar op de foto en zij geeft hem speels een kusje voor de foto. De volgende dag is er maar één vraag van belang in de krant: "Wie is dat meisje?"

Peppy Miller is de domste niet en maakt van die publiciteit meteen gebruik om een klein bijrolletje te krijgen in de nieuwste film met George Valentin. Een scène, waarin George met Peppy moet dansen, moet keer op keer opnieuw gedaan worden, doordat George zo gecharmeerd is van het nieuwe meisje zodat hij zich niet kan concentreren. Tussen de opnames door komt producer Al Zimmer (John Goodman) die iets nieuws wil laten zien aan George; een testopname met geluid voor een andere film. George barst in het lachen uit tijdens het zien ervan. Een film met geluid, dat is toch niet serieus te nemen, vindt hij. Wat een veelvoorkomende reactie was in die tijd, aangezien eerdere experimenten met geluidsfilm steeds waren mislukt. De producer waarschuwt hem dat dit toch echt de toekomst is. George loopt het zaaltje met de woorden: "Als dit de toekomst is, mogen jullie die houden."

Het lachen vergaat George al snel als blijkt dat de studio heeft besloten om alle opnames van stomme films stop te zetten en zich volledig te richten op die nieuwe geluidsfilms. Boos stormt hij het kantoor van Al binnen, die hem vertelt dat George oud nieuws is en dat hij plaats moet maken voor de toekomst zoals Peppy Miller, die ondertussen van kleine bijrolletjes is opgeklomen tot veelgevraagd hoofdrolspeelster. George kan dit niet accepteren, mensen betalen al jaren geld om hem te zien en niet om hem te horen en zullen dat vast wel blijven doen, daarvoor heeft hij geen studio nodig. Dus besluit hij om zelf een film te schrijven, regisseren en produceren. Deze film komt (natuurlijk) tegelijkertijd uit met de allereerste geluidsfilm van Peppy. Die film is de sensatie van het jaar, de film van George flopt gigantisch. Eén van de weinige bezoekers die wel in de zaal zit tijdens de premiere is Peppy. George raakt steeds verder aan lager wal en slaat aan de drank. Hij moet al z'n bezittingen verveilen en zelfs z'n smoking verpanden om aan geld te komen. Ook z'n loyale butler (James Cromwell) kan hij niet meer betalen. De enige die nooit de zijde van George verlaat is z'n trouwe viervoeter. Dit alles wordt ondertussen van afstand met lede ogen aangezien door Peppy, die nog steeds een oogje heeft op George.

Een Franse stomme film, dat klinkt voor velen waarschijnlijk erg pretentieus. Maar de film is dat verre van. Sterker nog, het is een ouderwetse publiekbehager, die het publiek doet lachen, huilen en meesleept in de liefde tussen de hoofdrolspelers. Het knappe van The Artist is dat hij door het te zijn tegelijkertijd ook een hommage is aan de stomme film. Zelfs kritiekpunten, die je kunt hebben op de film zoals de simpele symboliek, kunnen worden afgedaan met dat dat nou eenmaal toen ook zo was. Het plot is zo voorspelbaar dat de moderne bioscoopbezoeker al lang weet wat er gaat gebeuren, maar alleen de meest cynischen onder ons zullen niet worden meegesleept door de film.

De voor de meeste niet-Fransen onbekende Jean Dujardin kreeg in Cannes de prijs voor beste acteur. Wat totaal terecht is. Vanaf z'n eerste verschijning is hij een innemend charmante persoonlijkheid, zoals we ons sterren van toen voorstellen. En net als de sterren van de stomme film kan hij met alleen maar gezichtsuitdrukkingen z'n emoties overbrengen. Bérenice Bejo is al bijna even charmant. Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom Peppy al snel de grote ster van Hollywood is.

Bij een stomme film is de muziek nog meer dan normaal van belang in het overbrengen van de juiste toon van een scène. Ook hierin slaagt de film met vlag en wimpel.

De film is een ode aan een tijd dat films met weinig middelen mensen wisten te ontroeren, een tijd waarin men geen grote special effects nodig had om het publiek te imponeren, maar waar films nog vooral rustten op de kracht van haar sterrren, een tijd waarin een simpel verhaal over twee geliefden genoeg was om te boeien in plaats van zogenaamd ingenieuze twisten en non-lineaire verhaalstructuren. Simpelweg een ode aan de magie van films. De film wordt dan ook niet voor niets nu al getipt als één van de kanshebber voor de Oscar.

cijfer: 8

Le charme discret de la bourgeoisie (The Discreet Charm of the Bourgeoisie) (1972, Fr, Luis Buñuel)

Een groepje vrienden wil steeds proberen iets te gaan eten, maar telkens weer gebeurt er iets onverwachts waardoor ze er van weerhouden worden.
De gebeurtenissen zijn af en toe absurd en erg grappig. Tijdens het kijken dacht ik regelmatig: "WTF?" Maar wat de film helemaal hilarisch maakt is de kalmte waarmee de karakters reageren op alles, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. De fantastische cast met o.a. Fernando Rey is hier voor een groot deel verantwoordelijk voor. En als het te absurd is, blijkt het gewoon weer een droom van iemand te zijn geweest. Waarmee Buñuel steeds weer een spelletje speelt met de kijkers.
Ondertussen is het ook een leuke satire op het gedrag van de hogere klasse, die zich aan de sociale conventies wil houden.
Ondanks dat er bijna geen plot is, verveelt de film geen moment. Je moet de film dan ook meer zien als een aaneenschakeling van hilarische sketches imho.
cijfer: 8.5

Frenzy (1972, VK, Alfred Hitchcock)

Voor z'n enerlaatste film keerde Hitchcock terug naar z'n geboorteland. Het plot is weer een typische Hitchcocks, onschuldige man wordt verdacht. De karakters konden me jammer genoeg niet zoveel boeien. Waardoor dit voor mij toch een wat mindere Hitchcock film was.
Hitchcock speelt met het Engelse karakter. Hoe mensen gefascineerd zijn door de duistere kant van de mensheid zoals seriemoordenaars. Londen en seriemoordenaars zijn sinds Jack the Ripper met elkaar geassocieerd. Zoals een karakter in de film zegt:
"Foreigners somehow expect the squares of London to be fog-wreathed, full of hansom cabs and littered with ripped whores, don't you think?" Een ander subplotje, waarin het Engelse karakter naar boven komt, is dat de detective thuis van z'n vrouw allemaal bijzondere Franse gerechten krijgt, terwijl hij gewoon een simpel Engels maal wil.
Op z'n oude dag experimenteert Hitchcock door filmregels aan z'n laars te lappen, met als bekende voorbeeld de langzame teruggang van de camera door het trappenhuis, terwijl we weten dat er een moord plaatsvindt daar. 
De film is ook verrassend gewelddadig voor een Hitchcock.
cijfer: 7

Boxcar Bertha (1972, VS, Martin Scorsese)

Deze film is vooral nog interessant om te zien omdat het de tweede film is van Scorsese. Hij experimenteert er nog op los met inventieve camerashot, die niet allemaal even goed werken.
Verder stelt verder niet veel voor; een Bonnie&Clyde rip-off tijdens de Depressie. Het verhaal is lastig te volgen omdat er veel hak op de tak tijdsprongen worden gemaakt met de editing. Waardoor ik weinig binding kreeg met de karakters.
Gelukkig heeft Barbara Hershey wel geile tietjes.
cijfer: 6

zondag, november 20, 2011

Aguirre, der Zorn Gottes (1972, Dl, Werner Herzog)

Het was een heel bijzondere film. Er is maar heel weinig plot en ook de dialogen worden tot een minimum beperkt. Herzog zit de acteurs ook constant heel dicht op de huid met de camera. Dit geeft de illusie dat de camera er gewoon toevallig is om alles te registreren. Soms zitten er echt stukjes in met rustende figuranten waarbij het echt lijkt alsof Herzog die gewoon op een onbewaakt moment tussen de opnames door heeft opgenomen. De film is dan ook echt op locatie opgenomen. Alle verhalen die rond doen over de opnames zijn te veel om hier te herhalen.
Daartegenover staan de langere takes van de rivier en jungle. Samen met de dromerige ecclesiastische muziek van Popul Vuh zorgt dit voor een hypnotiserende sfeer. Zoals bij het eindshot waarin snel om het vlot heen wordt gecirkeld. Die mij erg deed denken aan Malick. (De film schijnt dan ook een inspiratie voor hem te zijn geweest).
En dan is er Klaus Kinski, die als een soort natuurkracht tussen alles door beweegt. Met z'n grandeur trekt hij alle aandacht naar zich toe.
Het tekort aan plot en dialogen zorgt ook voor weinig binding met de karakters. Daardoor blijft de film toch wat kil.
Dat de film Duits is overgedubt stoorde wel. Het was sowieso raar om wat Spanjaarden moeten voorstellen Duits te zien praten. (Nog raarder dan in Hollywood films waarin buitenlanders Engels praten). Maar de dubbing is ook niet overal even goed gedaan.
cijfer: 8

vrijdag, november 18, 2011

Play It Again, Sam (1972, VS, Herbert Ross)

Geregisseerd door Herbert Ross, maar geschreven door en met Woody Allen in de hoofdrol dus eigenlijk gewoon een Woody Allen-film. En zoals in elke Allen-film speelt hij een typisch neurotisch Allen karakter; een filmrecensent, die net gedumpt door z'n vrouw, met behulp van zijn vrienden en een denkbeeldige Humbrey Bogart opnieuw in de datingwereld treedt.
De film is erg grappig. Zowel met leuke fysieke komedie als Allen onhandig doet als die vrouwen probeert te imponeren, als met grappige gevatte dialogen over relaties en daten en natuurlijke verwijzingen naar films.
Deze film is bovendien de eerste keer dat Woody Allen en Diane Keaton samenwerkten.
cijfer: 8

The Last House on the Left (1972, VS, Wes Craven)

Deze vroege horrorfilm van Wes Craven is er eentje in het (beetje vergeten) subgenre "rape and revenge". Dit genre was een voorloper van op de slasherhorrors, die zouden volgen in de decennia erna. Het heeft al kenmerken daarvan zoals de twee onschuldige meisjes, die duidelijk het slachtoffer gaan worden en grof geweld. Een groot verschil zit in de moordenaars. In deze film zijn het nog "normale" criminelen en geen moordmachines, zoals Leatherface, Jason of Michael Myers. Natuurlijk zijn de slechterikken redelijk gestoord, zo gestoord dat de leider zijn eigen zoon onder controle houdt door hem een heroïnejunkie te hebben gemaakt, maar het zijn nog geen gezichtsloze psychopaten.
Maar eerlijk gezegd was doordat de film de moordenaars zo'n menselijk gezicht geeft niet zo spannend. 
De film werd eigenlijk pas echt goed het laatste halfuur, als de ouders wraak gaan nemen. 
cijfer: 6

Le notti di Cabiria (Nights of Cabiria) (1957, It, Federico Fellini)

Er zit genoeg in waardoor ik dit een hele goed film had kunnen vinden, ware het niet dat de hoofdrolspeelster een ontzettend irritant eigenwijs dom wicht is. Dat Giulietta Masina ook nog eens overacteert alsof ze in komische stomme film speelt helpt hier ook niet veel aan. Dat deed ze in La Strada ook, maar daar paste het bij het karakter.
cijfer: 6

zondag, november 13, 2011

Super Fly (1972, VS, Gordon Parks Jr.)

Één van de weinige films waarbij de soundtrack meer opbracht dan de film. Wat niet heel raar is, aangezien de soundtrack door de wijlen Curtis Mayfield echt fantastisch is. De film zelf is vermakelijk.
De kwaliteit van de film is ronduit belabberd en ook het acteerwerk laat te wensen over. Behalve dan van hoofdrolspeler Ron O'Neal, die het wel prima doet. Echter dit verhoogt wel het idee van een stel mensen, die met weinig middelen een film maken over de andere kant van het leven op straat dat in grote producties niet wordt getoond. Want onder al het vermaak is de film ook wel degelijk een aanklacht tegen de positie van Afro-Amerikanen, die alleen d.m.v. criminaliteit geld kunnen verdienen.
cijfer: 7

Tian xia di yi quan (King Boxer/Five Fingers of Death) (1972, HK, Chang-hwa Jeong)

Gewoon weer zo'n lekkere vermakelijke kung-fu film. Er is een verhaal over een held, die naar een andere school wordt gestuurd door z'n leraar om nog beter te worden voor het opkomende toernooi en een aantal slechteriken dat ook dat toernooi willen winnen en daarom tegenstanders uit de weg moet ruimen. Maar who cares? Het gaat om de actie. En die is top. Ook lekker bloederig, met als hoogtepunt ogen die worden uitgestoken. Ja Quentin heeft meer geleend uit deze film dan alleen de befaamde tune.
cijfer: 7.5

Deliverance (1972, VS, John Boorman)*

Een paar stadse vrienden maken een kano-tocht over een rivier. Maar krijgen meer voor hun kiezen dan ze gevraagd hebben.
De film is vanaf het begin goed dreigend. Er is constant het gevoel dat er iets kan gaan gebeuren. De film wordt helemaal interessant vanaf het moment SPOILER!!!!
dat Drew zogenaamd wordt neergeschoten en Ed per ongeluk een onschuldig iemand vermoord.
De film deed me ook herinneren wat een goed acteur Jon Voight toch is. Niet dat Ned Beatty, Ronny Cox en Burt Reynolds het niet goed doen, maar Voight viel me extra op.
cijfer: 8

Non si sevizia un paperino (Don't Torture a Duckling) (1972, It, Lucio Fulci)

In een dorpje worden verschillende jongetjes vermoord.
Fulci is een visueel sterke regisseur. Het ziet er dan ook allemaal prima uit. Alleen wil de film jammer genoeg nooit echt spannend worden, zelfs niet tijdens de moorden zelf. Het geflirt met het bovennatuurlijke en twists over de identiteit van de moordenaar maken de film nog wel de moeite van het kijken waard.
cijfer: 6.5

zaterdag, november 12, 2011

Sleuth (1972, VS/VK, Joseph L. Mankiewicz)

Milo Tindle (Michael Caine) wordt door Andrew Dyke (Laurence Olivier), een excentrieke rijke detective-romanschrijver,  uitgenodigd voor een gesprek in z'n grote landhuis. Milo is namelijk de minnaar van Andrew's vrouw. Andrew wil best van z'n vrouw af, maar alleen als Milo in staat is haar financieel te ondersteunen. Daarom komt hij met een plan waarin Milo de juwelen van haar steelt, zodat hij die kan verkopen en Andrew het geld van de verzekering terug kan krijgen. Iedereen wint. Of toch niet? Langzaam aan ontpopt het plot zich steeds verder. En spelen de mannen een spelletje met elkaar met verstrekkende gevolgen.
Het is moeilijk om een review van het plot te schrijven, omdat het zo vol twisten zit.
Een film als dit staat of valt door de acteurs. Maar met Sir Laurence en Sir Michael zit dat wel snor. De film werkt extra goed juist omdat hun acteerstijlen verschillen. Olivier heeft meer het flamboyante theatrale van oudere films (ouder dan 1972 ;) ) en Caine juist meer het ingetogenere onderhuidse acteerstijl. Deze stijlen passen goed bij hun karakters. Vooral Olivier heeft duidelijk ook heel veel plezier in de film. Andrew Dyke is dan ook een filmkarakter dat je niet snel vergeet.
Sleuth is daarmee een perfect voorbeeld van hoe je met weinig simpele middelen, twee acteurs en één locatie, een heerlijke film kan maken.
cijfer: 8

donderdag, november 10, 2011

Real Steel (2011, VS, Shawn Levy)

De film is een prima combinatie van de vervreemde vader bindt met verloren zoon en de underdog wint formule. Hoewel doordat we de regels van de formule kennen de uitkomst al vast staat, weet de film toch prima om alle bijbehorende emoties op te roepen. Het doet vergeten dat we dit al tig keer hebben gezien, zodat we gewoon achteruit kunnen gaan zitten en genieten. Heel veel meer kan van een film als dit niet vragen.
Bovendien zijn de gevechten tussen de robots ook gewoon gaaf om te zien.
cijfer: 7.5

woensdag, november 09, 2011

The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn (2011, VS, Steven Spielberg)

Nadat Steven Spielberg al in de jaren 80 al de rechten kocht voor de strips is er nu eindelijk een film over Kuifje. Op aanraden van producent Peter Jackson gebruikte Spielberg performance capture techniek om de avonturen van de avontuurlijke verslaggever te verfilmen. De film leent voor het plot onderdelen uit De krab met de gulden scharen, Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham. Nadat Kuifje op een rommelmarkt een modelschip van het 16e eeuwse oorlogsschip de Eenhoorn koopt, duiken er meteen twee andere figuren op die ook geïnteresseerd zijn in het schip. Het modelschip blijkt een geheime aanwijzing te verbergen dat leidt naar de schat van de gezonken echte Eenhoorn van ridder François Haddoque. Tijdens de zoektocht naar die schat ontmoet Kuifje ook kapitein Haddock, de enig overgebleven nakomeling van Haddoque.

Laten we beginnen met het belangrijkste aspect van de film, de vernieuwde performance capture techniek. De resultaten daarvan zijn verbazingwekkend. Het ziet er werkelijk waar prachtig uit. De achtergronden, gebouwen, voorwerpen, dieren, mensen, kortom alles zijn tot in de kleinste details vorm gegeven. Vooral qua mensens er veel vooruitgang geboekt. Waarbij eerdere stop-motion vooral de ogen en gelaatsuitdrukkingen te wensen over liet, is dat bij deze film zo goed als opgelost. De karakters zien er erg realistisch uit, terwijl ze ondertussen ook typische karikaturale kenmerken uit de strips blijven houden zoals grote neuzen. Daarnaast zijn de bewegingen compleet vloeiend en naturel.

Maar Spielberg maakt ook gebruik van animatie om z'n fantasie verder los te laten gaan met o.a. erg inventieve overgangen, zoals eentje waarin een zoom-out van de zee overgaat in een plas water op straat. Vooral de overgangen tijdens een flashback naar gebeurtenissen op het schip de Eenhoorn, waarbij heden en verleden perfect in elkaar overvloeien, zijn een perfect voorbeeld van Spielbergs creativiteit. Een ander leuk detail is de slechte alcohol adem van Kapitein Haddock, waardoor Kuifje bijna van z'n stokje gaat. Op het eind worden we getrakteerd op een spectaculaire achtervolgingsscène in Bagghar, die allemaal in één take is opgenomen.

Qua verhaal is het een ouderwets onderhoudende avonturen film vol spanning en humor. Het roept zelfs herinnering op aan Spielberg's klassieke Indiana Jones films. Wat niet zo raar is aangezien Spielberg's liefde voor Kuifje begon, nadat een recesent z'n Raiders of the Lost Ark had vergeleken met de strips van Kuifje en daarmee de regisseur benieuwd had gemaakt ernaar. Hergé noemde Spielberg zelfs de enige regisseur die de strips recht zou kunnen doen in een film.

Alleen soms is het allemaal wel een beetje simplistisch en van toevalligheden aan elkaar hangend. Dat de andere geïnteresseerden in het modelschip natuurlijk precies net nadat Kuifje die gekocht heeft bij de kraam verschijnen is wel erg toevallig. Of dat Kuifje die kan inbreken in een groot landhuis omdat twee meter naast het gesloten hek een gat in de muur zit is bijna lachwekkend simpel. Ander minpuntje is de simpele slapstick humor van de agenten Jansen en Janssen. Gelukkig is de rol van deze twee klunzen erg beperkt. Kuifje zelf blijft beetje een te brave padvinder en daarmee oninteressant . Vele malen leuker zijn het hondje Bobby en natuurlijk Kapitein Haddock, de komische noot van de strips en deze film. Zijn befaamde scheldtirades ontbreken natuurlijk niet. 

Voor de echte liefhebbers zitten er allemaal verwijzingen naar de strips in de film. Zo hangen erin Kuifje's kamer aan de muur allemaal ingelijste krantenartikelen over eerdere avonturen.
cijfer: 7.5

We Need to Talk About Kevin (2011, VK/VS, Lynne Ramsay)


Eva is de moeder van Kevin. Een jongen die een afschuwelijke daad heeft gepleegd. Tijdens de film volgen we hoe Eva daarna omgaat met de schuldgevoelens over deze daad, alsmede als ze terugdenkt aan hoe Kevin opgroeide. Is zij door de opvoeding van Kevin schuldig aan wat er is gebeurd of komt het doordat Kevin altijd al een sociopaat was? Waarbij ze zichzelf de ultieme taboe vraag voor een moeder stelt: "Heeft ze eigenlijk wel ooit van haar zoon gehouden?".

Deze film is gebaseerd op het boek van Lionel Shriver. Dat een groot succes en alom geprezen was. Het boek en de film zijn uiterst controversieel.. En dan niet alleen vanwege de het gedrag van Kevin, maar (misschien nog meer) omdat de film een taboe onderwerp behandelt; een moeder die geen liefde voelt voor haar kind. 

In het begin heeft de film te veel last van het constante overschakelen tussen de verschillende tijdslijnen. Alsof Ramsay denkt dat ze geen intelligente film kan maken als het niet onbegrijpelijk is. Waarmee ze de fout maakt om ingewikkeldheid te verwarren met vaagheid. Alsof je niet genoeg diepgang in je karakters kan stoppen met een verhaal als dit als je het plot vanaf het begin duidelijk maakt. Dit zou minder erg zijn als niet al het promotiemateriaal al verklapt wat er gaat gebeuren op het eind van de film. Wat die onduidelijkheid daarover in het begin nog overbodiger maakt. 
De film geeft een erg goede karakterstudie van Eva. Gelukkig  is er gekozen om haar een realistisch complex karakter te maken met tegenstrijdigheden i.p.v. de makkelijke weg om haar, één en al brave moeder te maken. Zo is er een scène waarin Eva al haar rancune over hoe ze haar carrière en leven heeft opgegeven voor z'n opvoedign spuit tegen de piepjonge Kevin, waarbij je haren rechtovereind gaan staan. Daar tegenover staan weer aangrijpende scène's als Eva vol schuldgevoel accepteert dat ze midden op straat opeens door iemand in het gezicht wordt geslagen.  

Maar de uiteindelijke verschrikkelijke daad van Kevin haalt wat van de ambiguïteit uit de film. Hierdoor helpt de film het nature-vs-nurture debat dat het wil oproepen al om zeep voordat de film is afgelopen. Kevin is overduidelijk het ergste kind in een film sinds Damien uit The Omen. Zonder die daad zou de kijker in twijfel gelaten kunnen worden over of de manier waarop Eva haar zoon ziet wel klopt. Of we niet te veel meegenomen zijn in haar zienswijze, die vertroebeld is door haar bittere afgunst tegen haar kind. Er bestaat geen enkele twijfel meer over dat hij eigenlijk toch wel gewoon een normale jongen is, zoals z'n vader waar hij wel een goede relatie mee heeft, constant tegen haar zegt.
Tilda Swinton slaagt voor de zware taak om de moeder te spelen. -Hoor ik daar nou iemand Oscar-nominatie fluisteren?- Ze weet hierin haarfijn de balans te vinden tussen een gekweld iemand en ijskonijn. Wat ervoor zorgt dat de kijker aan de ene kant sympathiseert met haar, maar aan de andere kant ook doorheeft dat Kevin het niet totaal van een vreemde heeft. Zoals hij zelf ook opmerkt als ze een avondje gezellig gaan midgetgolfen. 
Ezra Miller is angstaanjagend goed als Kevin. Hij heeft de perfecte gestoorde twinkeling in z'n ogen en weet zijn snode opmerking met de juiste scherpte over te brengen. Ook de acteurs die de jongere Kevin spelen doen het erg goed. Om een zesjarig jongetje zo gemeen te laten kijken is niet niks. Bovendien zijn ze erg goed gecast. Ze lijken als druppels water op Ezra Miller.

Wat verder opvalt aan de film is het veelvuldig gebruik van de kleur rood. Het begint al met de befaamde tomatengevechten in het Spaanse dorpje Buñol, overgaand op Eva die in supermarkt voor een rij tomatensoepblikken staat, waarna het weer overgaat op de rode verf waarmee Eva's huis wordt beklad. En die kleur blijft maar terugkomen.

Cijfer: 7.5

Hesher (2010, VS, Spencer Susser)

Na de dood van z'n vrouw is Paul Forney in een complete depressie geschoten. Hij kan niet veel meer dan apathisch op de bank hangen. Z'n zoontje, T.J., heeft het ook moeilijk met het verwerken van de dood van z'n moeder. Zijn lieftallige oma die bij hun woont zorgt voor hun beiden. Maar dan ontmoet T.J. Hesher. Een langharige jongen met tatoeages, die altijd doet waar hij zin in heeft. Hesher is vulgair, onbeschoft, oplaaiend, onberekenbaar en gewelddadig. Deze Hesher trekt zonder enige verklaring bij T.J. en Paul in. Ondertussen krijgt gevoelens T.J. voor de cassière Nicole. 
Door het onvoorspelbare gedrag van Hesher zit de film vol met absurde momenten. Dit zorgt enerzijds voor heel veel verbazing bij de kijker, anderzijds ook voor veel hilariteit. Zo gooit Hesher al in de eerste kennismaking laconiek een granaat naar een politieauto. Een ander voorbeeld is als Hesher meteen nadat bij T.J. en Paul over de vloer is gekomen in de dichtstbijzijnde elektriciteitspaal klimt om illegaal het pornokanaal te kunnen kijken.
Hesher maakt het leven van T.J. niet gemakkelijker. Zo tekent hij een rukkend figuurtje op de auto van een pestkop, waar T.J. de schuld van krijgt. Maar hij geeft T.J. ook (niet altijd even goed doordacht) advies. Zoals wanneer hij T.J. betrapt op het begluren van Nicole en hem duidelijk maakt dat er niks mis is met z'n gevoelens voor haar aangezien ”Human beings have been poking vagina for a hundred years, probably longer."
Maar onder al dat absurdisme gaat de film vooral over hoe je om gaat met je verdriet en je problemen. Geef je je over eraan en ga je in een hoekje lopen huilen of neem je het hef in eigen hand en maak je iets van je eigen leven. Symbolisch hiervoor is een verhaal dat Hesher vertelt aan de oma over een slang en de muis die nadat hij de slang twee tikken had verkocht niet opgegeten werd en de baas van het hok werd.
Zo is de film eigenlijk minder absurd dan hij in eerste instantie lijkt. Zo zullen de meeste mensen het feit dat de vader zich niet verzet als er een wildvreemde in z'n huis komt wonen belachelijk vinden, maar is uit het oogpunt van iemand, die duidelijk nergens meer om geeft en totaal geen fut meer heeft, goed te verklaren.

Joseph Gordon-Levitt heeft duidelijk heel veel lol in het spelen van het titelkarakter. Erg veel moeite kost het hem verder niet om het karakter geloofwaardig neer te zetten. De jonge Devin Brochu houdt zich met gemak staande tegenover z'n volwassen tegenspelers, Wilson, Gordon-Levitt en Portman.Rian Willson bewijst (net als in Super) meer in z'n mars te hebben dan komische rollen.
Je kan Natatlie Portman natuurlijk wel een uilenbril opzetten, maar iedereen kan nog steeds zien dat het een pracht vrouw is. En daarom niet overtuigend in haar rol als loser. Het is toch niet geloofwaardig dat dit meisje niet meer uren kan krijgen in een supermarkt. Dat is meer een fout van de casting dan van Natalie, die het prima doet zoals altijd.
cijfer: 7

maandag, november 07, 2011

La piel que habito (The Skin I Live In) (2011, Sp, Pedro Almodóvar)

Frankenstein in een modern jasje op z'n Almodóvariaans. Zo kan je de film het best omschrijven.
Almodóvar kan nog steeds prachtige plaatjes schieten. Daarnaast heeft de film een voor de verandering niet irritante Antonio Banderas en Elena Anaya één van de mooiste vrouwen op deze aardkloot.
Jammer genoeg houdt de psychologische diepgang van de karakters wat te wensen over. Zodat het iets te veel style over substance is.
cijfer: 7.5

Sei donne per l'assassino (Blood and Black Lace) (1964, It, Mario Bava)

Typisch B-film die onderhoudend is om te kijken omdat er de hand van een tegendraadse regisseur duidelijk merkbaar is. Bava was zo verveelt met de routine klus van een whodunnit, wat de film oorspronkelijk had moeten worden, dat hij de aandacht verlegde naar de moorden zelf. Iets wat toentertijd nog revolutionair was. Daarmee is de film de grondlegger van de Italiaanse giallo films alsmede de latere slasherhorrors.
Het opvallendste aan de film is het felle kleurgebruik. Het plot en acteerwerk blijft jammer genoeg te veel dat van een B-film. Dit alles zorgt ervoor dat het een vermakelijk film is om te zien, maar ook eentje die nooit echt spannend wordt.
cijfer: 7

Simón del desierto (Simon of the Desert) (1965, Mexico, Luis Buñuel)

Simon is een streng gelovige man, die z'n leven wijdt aan God door boven op een pilaar te leven. De duivel probeert hem in vorm van een verleidelijke vrouw van z'n pad te krijgen.
Ondanks dat ik zelf niet religieus ben, vind ik dit altijd wel interessante films om te zien. Het is soms moelijk om te geloven dat deze film gemaakt is door één van de meest anti-kerkelijke regisseurs, een man die ooit zei: “Thank God I’m still an atheist.” Aan de ene kant lijkt Buñuel namelijk diep respect te hebben voor de vroomheid en toewijding van Simon. Echter aan de andere kant leeft Simon zo sterk naar het woord van God, dat hij overkomt als een irritante arrogante betweter, die totaal los staat van de realiteit als hij anderen de les leest. Ook de volgelingen en andere priesters worden door Buñuel op de hak genomen. Zo gebruikt één volgeling z'n door een wonder vers aangegroeide handen als eerste om z'n dochter te slaan.
Op het eind heeft Buñuel nog een grote twist voor der kijker in petto.Die de kijker goed aan het nadenken zet over de betekenis ervan.
cijfer: 8

Alphaville, une étrange aventure de Lemmy Caution (1965, Fr, Jean-Luc Godard)

Lemmy Caution reist naar de stad Alphaville, die geregeerd wordt door de computer alpha 60. Die de stad regeert via pure logica en daarom alle onlogische (lees emotionele) acties heeft verboden. Deze computer is gemaakt door professor von Braun. Eerst ontmoet Lemmy de dochter van de professor Natacha.
Maar het is meer een film noir qua sfeer dan een scifi.
Ik kan begrijpen dat er genoeg in de film zit waar anderen zich aan zouden kunnen ergeren, zoals die filosofische voice-over en typische Godard jump-cuts, maar de hele film heeft zo'n coole sfeer dat ik me er niet aan ergerde. Sterker nog ze versterken de film op een manier. Godard vraagt ok wel heel erg om je suspense of disbelief op te rekken Zo hebben ze het over een ruimteschip als een auto bedoelt wordt, de snelweg is de oneindige ruimte enz. Dat vraagt er veel van de kijker. Maar ik vond het op een rare manier werken.
En de film heeft Anna Karina, atlijd een +
cijfer: 8.5

vrijdag, november 04, 2011

I pugni in tasca (Fists in the Pocket) (1965, It, Marco Bellocchio)

Een gestoorde jongen vermoord omstebeurt leden van z'n familie, omdat ze net als hem ziek zijn. En daarmee ene blok aan het been van de enige "normale" van het gezin, z'n oudere broer. Hij heeft ook een bijna incestueuze verhouding met z'n zus.
De film was in het begin erg fragmentarisch. Waardoor ik hem vaag en onduidelijk vond. Sowieso was het allemaal wat absurd, maar zonder grappig of interessant te zijn. Later groeide de film wel iets meer op me en verveelde ik me er minder mee. Maar een echt heel veel deed de film me nou ook weer niet.
Gelukkig verhoogde Paula Pitagora het kijkplezier behoorlijk. Lou Castel heeft iets heel intrigerend als het hoofdkarakter.
cijfer: 6

woensdag, november 02, 2011

A Torinói ló (The Turin Horse) (2011, Hongarije, Béla Tarr & Ágnes Hranitzky)

De film begint met een voice-over, die het bekende verhaal vertelt over Nietzsche, die gek werd nadat hij op straat een paard afgeranseld zag worden. Waarna de voice-over afsluit met "Van het paard weten we niks." De film focust dan ook op het paard en vooral z'n baas. Die alleen met z'n dochter samenwoont in een afgelegen boerderij waar buiten een constante storm raast. De twee zijn compleet op elkaar ingespeeld en hebben geen communicatie nodig tijdens de handelingen die ze doen. Deze handelingen doen ze op de automatische piloot omdat ze ze al zo vaak gedaan hebben. Heel veel wordt dan ook constant herhaalt gedurende de zes dagen dat de film de vader en dochter volgt; zij staat op, zij gaat water halen, hij neemt twee adjes sterke drank, ze helpt hem met aankleden, ze verschonen de stal, ze eten. (Er gebeurd dus echt heel weinig en de film is daarom ook zeker niet voor iedereen weggelegd.) Maar door die constante herhaling krijgt het allemaal iets religieus. Alsof Tarr hiermee tot de pure kern van het bestaan komt. Dit wordt nog eens versterkt door de cellomuziek van Mihály Vig, die constant herhaalt wordt.
Deze puurheid van het bestaan komt ook door door de  barre omstandigheden waarin ze leven. Die Tarr tot een nieuw hoogtepunt brengt, zo eten ze elke dag maar één grote aardappel met handen. Het leven wordt in de film teruggebracht tot de absolute basis; overleven. Want wat zij (en wij als kijker ook) niet weten is dat de wereld buiten ondertussen is aan het vergaan. Dat het leven uiteindelijk neerkomt tot die simpele basis wordt helemaal duidelijk op het eind als de wereld zo goed als vergaan is, alles donker is en er geen licht meer wil branden, dan spreekt de man als laatste woorden: "We moeten eten."
Maar de absolute kracht van de film schuilt natuurlijk in de prachtige cinematografie. Denk niet dat er dit jaar een mooiere zwart/wit film te zien is. De cameravoering is fenomenaal. De film bestaat ondanks zijn kleine tweeënhalve uur speeltijd maar uit 30 takes.
De film deed mij heel erg denken aan Tarkovsky's Andrey Rublyov en in iets mindere mate aan sommige Bergmans.
Nou was deze laatste film van Tarr ook pas mijn eerste kennismaking met hem, maar ik ga nu zeker zijn vorige films ook uitchecken.
cijfer: 9

dinsdag, november 01, 2011

Albatross (2011, VK, Niall MacCormick)

De film focust op drie personages. De eerste is Jonathan (gespeeld door Sebastian Koch) een schrijver, die met z'n gezin leeft in het idyllische pension aan de Engelse kust. Waarover hij ooit een succesvolle roman heeft geschreven. Maar zoals vaker zorgt het enorme succes van het vorige boek voor een writerblock. Z'n dochter, Beth (Felicity Jones), is een stil saai (maar erg knap) meisje dat hard studeert om toegelaten te worden op de universiteit om zo de steeds ergere ruzies van haar ouders te ontsnappen. Maar dan komt er een nieuwe schoonmaakster de rebelse Emilia Conan Doyle (Jessica Brown Findlay). Ja, ze is familie van. Mede daarom wilt ze ook schrijver worden. Dus gaat ze in het geheim op les bij Jonathan. Tijdens die lessen stijgt de sexuele spanning tussen leerling en meester steeds verder. Beth vindt in een Emilia ook eindelijk ook een vriendin, die haar uit haar schulp haalt. Maar als de relatie tussen Emilia en Jonathan boven water komt zijn de rapen natuurlijk nog niet gaar.
Zo laat de fim de strijd zien van drie personen, die opzoek zijn naar hun eigen identiteit. En erachter komen hoe de je verleden je belemmert in die zoektocht. Pas als ze zich ontdaan hebben van de baggage die de geschiedenis met zich meebrengt komen ze tot bloei.
O'ja de film is ook gewoon erg grappig. Dat samen met een goed uitgevoerd drama zorgt voor een heerlijk filmpje. Of zoals in een andere review wordt gezegd:
Albatross is exactly what you hope for from a coming-of-age “dramedy”: cute without being schmaltzy, sweet without being sickly, insightful without being preachy.cijfer: 7.5

Win Win (2011, VS, Thomas McCarthy)

Paul Giamatti speelt in deze film Mike een doodnormale advocaat, vader, echtgenoot en coach van het worstelteam op de middelbare school. Mike neemt de voogdij op zich van de nukse bejaarde Leo vanwege de vergoeding die hij ervoor krijgt. Geld dat hij goed kan gebruiken aangezien z'n advocatenpraktijk verlies leidt. De zaken worden gecompliceerder als opeens Kyle de onbekende kleinzoon van Leo op de stoep staat. Kyle is weggelopen, nadat z'n moeder weer eens is opgenomen in een afkick kliniek. Als Kyle een keer mee doet tijdens een worstel training blijkt hij over ontzettend veel talent te beschikken voor de sport. Zo vindt Mike z'n protege en Kyle eindelijk een stabiel liefhebbend huishouden waarin hij als een normaal kind kan opgroeien.
Het is een prima gedaan formule filmpje. Maar de film steekt boven de rest uit door de geweldige casting.
Giamatti is geknipt voor dit soort rollen van doodnormale losers, die zich langzaam omhoog worstelen door tegenslagen. Amy Rya is goed als de vrouw van Mike. Wat ik een goed complex tegenstrijdig karakter vond. Zo is ze eerst tegen de komst van Kyle in het huis. Maar vanaf het moment dat ze hem ontmoet slaat ze meteen om in een bezorgdheid over hem. Hetzelfde gebeurd later met de moeder van Kyle, wie ze steeds dreigt op haar bek te slaan als ze verschijnt. Maar als ze daadwerkelijk in beeld komt ook al snel op haar sympathie kan rekenen. Dat zou je hypocriet kunnen noemen, mij laat het zien dat het makkelijk is om iemand te beoordelen als je hem niet kent en moeilijk als er een echt levend persoon tegenover je staat. Dan heeft de film ook nog eens Jeffrey Tambor, Bobby Cannavale en Burt Young in bijrollen. Alleen de verder veel geprezen debuterende Alex Schaffer (als Kyle) vond ik wat tegenvallen. 
cijfer: 7.5

Terri (2011, VS, Azazel Jacobs)

Terri is een dikke jongen, die altijd pyjama's draag omdat ze nou eenmaal comfortabel zitten. Hij woont samen met z'n dementerende oom. Geen wonder dat hij wordt geplaagd op school. Daarom wordt hij één van de speciale projectjes van de rector. Langzaam ontstaat er band tussen de twee. Ondertussen maakt Terri ook vriendschap met Heather, die verstoten is door de populaire kinderen nadat ze zich laat vingeren in de klas en met Chad, één van de andere speciale projectjes.
Het goede aan de film is dat het van Terri een excentrieke buitenbeentje maakt waarvan iedereen snapt dat hij een doelwit is voor pesterijen, maar hem ook niet in de slachtofferrol drukt. Daarvoor is Terri te eigenwijs.
John C. Reilly is het komische centrum van de film als de rector.
Alleen is de film wat te doelloos. Ik had het idee dat men niet goed wist waar men nou eigenlijk heen wilde met de film.
cijfer: 7

Drive (2011, VS, Nicolas Winding Refn)

Simpel verhaal, prachtige uitvoering. Meer kan ik er niet over zeggen.
cijfer: 8.5